De minimal-vibe is vandaag de dag overal te vinden: in lifestyle magazines, modewinkels, bars, clubs, … Popmuziek kon dan ook niet achterblijven. Sinds John Cale met The Velvet Underground de principes van het minimalisme in de wondere wereld van de pop gooide, heeft pop/rock het minimalisme geregeld omarmd. Denk maar aan de punkers met hun minimale basisopstelling en akoordenvariaties, de kraut- en postrockers met hun experimenten en gebalanceerde klankentapijten. Ook in andere genres dan rock is het minimalisme opgenomen. Drum’n base bracht jungle terug naar het bot van de muziek, de drums en de bassen. In reggae en hiphop gebruikt men de techniek van herhalen door breaks te loopen. Dit loopen binnen reggae en hiphop heeft echter enkel tot functie de lyrics van de rappers of toasters centraal te laten komen, terwijl bij minimal techno het loopen het hart van de track is.

Minimal techno / IDM

De term ‘minimal techno’ werd voor het eerst door Simon Reynolds gebruikt. Hiermee beschreef hij de minimale Detroit scene in tegenstelling tot de westeuropese hardcore. Hardcore en happycore worden, naast een snel ritme van 220 beats per minuut, gekenmerkt door vele uitspattingen, cartoon geluiden, goofy sounds en de onvergetelijke mickey mouse handschoenen. Minimal brengt een alternatief, waar schoonheid, smaak, complexiteit en erkenning worden vooruitgeschoven. Vanaf 1994, met de release van Robert Hood ‘Minimal Nation’, is de term goed ingeburgerd, en gekend als omschrijving voor een stripped down versie van de Detroit techno. De Europese reactie op de goofy sounds is de ‘Intelligent Dance Music’. Artiesten als Aphex Twin, Autechre en Squarepusher creëerden brainmusic, ‘music for your brains not for your feet’. Aan de hand van muzieksoftware programma’s zoals Max/MSP en Reaktor bouwen ze eigen synthesizers en effecten om zo complexe geluidsgeluidsstructuren af te spelen. Intelligent Dance Music wordt in de tweede helft van de jaren negentig een label waar veel artiesten onder geplaatst worden. Wanneer IDM vaste kenmerken krijgt waar het aan moet beantwoorden, is het centrale kenmerk van IDM ‘experiment’ niet meer mogelijk. Pioniers zoeken daarom andere technieken (en genres) op om in te ontwikkelen.

Clicks & Cuts

Een aantal van die IDM artiesten vinden hun weg in de nieuwe minimale ‘Mille Plateaux’ Clicks & Cuts scene. Vanaf het begin was Clicks & Cuts eerder een methode, dan een vast omleind muziekaalgenre. Niet-muzikale geluiden (vaak data-errors) worden gesplitst in microdelen (clicks), waarna de artiest de clicks herstructureert (cuts). Vanaf de derde verzamelplaat van het Duits label ‘Mille Plateaux’ horen we invloeden uit de house doorsijpelen in de avantgarde Clicks & Cuts scene.

Clickhouse

Vladislav Delay is een van de artiesten die evolueert van IDM / Clicks & Cuts naar clickhouse. Daar waar hij op de verzamelplaat Clicks & Cuts volume 2 met de track ‘Holiday’ nog aansloot bij de avantgarde electronica, brengt hij op de derde verzamelaar onder een pseudoniem Luomo het clickhouse nummer ‘Melt’.
Vladislav Delay rolt in de jaren negentig vanuit de jazzwereld de ambient scene in. Zijn albums Ele (Sigma Editios) en Multila (Chain Reaction), laten het geluid horen van zijn isolation / IDM sound, hij wordt meteen samen met zijn landgenoten Pan Sonic uitgeroepen tot de pioniers van isolation (obscure en desolate ambient). Los van de hype heeft Delay zich altijd voornamelijk geïnteresseerd in improvisatie als methode om tot stuiterende ongestructureerde songs te komen. Wanneer Delay ondervindt dat IDM en Clicks & Cuts uitdoven en hem geen drive meer kunnen geven, beslist hij weer een terrein op te zoeken waar hij geen kennis van heeft. Zo komt hij terecht bij house en dansvloer gerichte electronische muziek. Hij wil meer luister-gerichte tracks in de danswereld brengen en tezelfdertijd danstracks in de huiskamer brengen. Delay brengt in mei 2000 onder zijn pseudoniem Luomo de plaat ‘Vocalcity’ uit. Hij verstomt daarmee zijn vast publiek, die vertrouwd waren met zijn industriële pulserende soundscapes. Delay slaat met die plaat een brug tussen Intelligent Dance Music en Dancefloor music.

Tijdens de zomer van 2000 draait het dj duo Mateo en Matos Luomo’s ‘Class’ in hun set op het ‘Deep House Night Staple’ in San Fransisco. Een van de aanwezigen was de Amerikaanse muziekcriticus en dj Philip Sherburne, die ontzettend verbaasd is over de nieuwe sound. In het magazine ‘The Wire’ recenseert hij de plaat van Luomo als volgt: “Squelching bass and keyboard lines lay down a syncopated foundation, but the real action bubbles up from indiscernible depths – clicks and pops barely tethered to the rhythmic structure, aching sighs that suggest the birth of the desiring machine. True to the record’s title, vocals are the centrepiece of most of the tracks but they are fragmented, dispersed like an oil slick on the water’s surface.’[1]

In dezelfe editie van ‘The Wire’ schrijft Philip Sherburne ook een artikel over een nieuw genre waarvan Luomo deel van uitmaakt, hij noemt het microhouse. Microhouse is volgens hem: ‘when the ‘fat’ is sluiced off of the bloated body of house music, when all those histrionic vocals, anthemic riffs and slushy textures slide from the corpus of house, to reveal the brittle bones – rhythm and bass – that make house boom-tick’.[2] Het is een open en moeilijke definitie, maar sinds dit artikel is de term ‘microhouse’ gelanceerd. Naast de term ‘microhouse’ worden ook de termen ‘minimal house’ en ‘clickhouse’ gebruikt om het genre te labelen. Microhouse combineert dus het ‘click & cut’ proces met de dansvloer-gerichte house. Daar waar in traditionele house de snare en hi-hats staan, worden die in clickhouse vaak vervangen door clicks die zachtjes stuiteren op het ritme van de track. De vocalen worden verwerkt zoals geluid in Clicks & Cuts, ze worden verknipt en daarna gefragmenteerd geplaatst. De vocalen treden dus niet op de voorgrond, maar maken slechts deel uit van het geheel van de track.

House en minimalisme?

Op het eerste zicht lijkt het minimalisme niet echt te passen bij house, het electronisch kind van disco en soul. Toch is dat niet verwonderlijk. Reeds in de eerste jaren van house ontstaat acid house, een minimale variant van de Chicago disco house. Het instrument ‘TB 303 bass machine’ wordt gebruikt om de typische acid soundscapes te creëren. De klanken in de tracks worden geminimaliseerd tot basiselementen voor de dansvloer: kick, drums, bellen, handklap, fluitjes en de tb 303 soundscapes. We zien dus vanaf het ontstaan van house reeds het samenkomen van minimale structuren en house.
Naar het einde van de jaren negentig komt ook het genre techhouse op, die een kruising tussen techno en house creëert. De zware pompende baslijnen van techno worden overgoten met melodieën en vocalen uit house. Het maakt dus enerzijds techno toegankelijker en anderzijds house opzwepender. Een dj als Fred Nasen en dj/producer Joey Negro brengen house wat dichter bij de eerder minimale klanken van techno. House heeft in zijn korte bestaan reeds heel veel genres (bv. techhouse, latinhouse, …), technieken (bv. clickhouse, acidhouse, …) en culturen (bv. tribalhouse, ambient, …) geïntegreerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat house technieken uit het minimalisme hanteert om nieuwe impulsen te geven aan het genre. Een belangrijk kenmerk binnen minimalisme, namelijk ‘herhaling’, wordt dankbaar gehanteerd binnen house, dat steeds een dansend publiek voor ogen heeft. Herhaling van de beats zorgt voor een trance- en een eenheidsgevoel bij het publiek. Iedereen reageert op de maat van de beat. Techno en house kennen geen rewind, alles gaat steeds vooruit. De beats blijven voortgaan, al blijft de illusie overeind dat niets veranderd. De beat gaat door, heel de avond lang.

In house merken we twee manieren van omgaan met minimalisme, namelijk skeletalism en massification. In skeletalism verwijderd men alle niet essentiele geluiden om enkel de kern van de track te creëren. Dit ‘less is more’ principe zien we bij acid house, detroit techno en clicks&cuts. Bekende artiesten zijn DBX, Richie Hawtin, M:I:5 en Thomas Brinkmann. In massification gaat men echter een zo groot mogelijke densiteit creëren met zo weinig mogelijk sonische elementen. Ricardo Villalobos komt bijvoorbeeld in zijn track ‘Bahaha Hahi’ tot een maximale ritmische densiteit, gebruikmakend van slechts enkele discrete geluiden. ‘Daar waar het massification principe heel wat interessante mogelijkheden biedt, is voornamelijk het skeletalism dat de stempel minimalisme meekrijgt.’[3]

De invloed van soft- en hardware

Toen in het begin van de twintigste eeuw de micro werd uitgevonden, stonden de eerste crooners op uit de bigbands. In de eerste helft van de jaren tachtig werd de tb 303 bas machine ontworpen voor de solo gitaristen, maar dit was een grote flop. In de tweede helft van de jaren tachtig beginnen house dj’s die basmachine te gebruiken voor andere doeleinden. Ze gebruiken de tb 303 om acidhouse te bekomen. Zo kunnen we tal van voorbeelden geven van hoe hard- en software het poplandschap beïnvloedt of hoe artiesten instrumenten op een andere manier gaan hanteren om zo iets compleets nieuws creëren. Het geeft een goed beeld van hoe bepaalde scenes evolueren en groeien.
Zo heeft een van de Duitse pioniers van minimal techno ‘Monolake’ mee geschreven aan het muziekprogramma Ableton Live. Dit programma werd speciaal ontworpen om minimale songstructuren mogelijk te maken. Het maakt live manipulatie, van reeds opgenomen loops, zeer eenvoudig. Muzikanten maken hun eigen tools, maar terzelfdertijd gaan deze tools het toekomstige muzikale landschap beïnvloeden. Andere composers en beginnende artiesten leren dit programma kennen en een hele scene artiesten staat op om met die technieken in de weer gaan. Op de website van Ableton Live kan je interviews lezen met bekende artiesten, als de postrock band Mogwaï, minimal techno artiest Steve Stolle en minimal house artiest Akufen die hun manier van werken uitleggen en het programma loven. De thuisbasis van Ableton is Berlijn, en dit is toevallig of niet een van de belangrijkste steden voor minimal house en techno.

Places to be

Berlijn is de stad voor minimale muziek. Het softwareprogramma Ableton is daar gehuisvestigd, samen met de platenlabels Basic Channel en Chain Reaction. Steeds meer minimal artiesten komen daar ook wonen, zoals: Luciano, Daniel Bell, Ricardo Villalobos, Monolake en Ritchie Hawtin. Naast Berlijn zijn Keulen, met het Kompakt label van Michael Mayer en Wolgang Voigt, en de stad Montreal, met het festival voor minimale electronische muziek ‘Mutek’, de grote centrumsteden. In België is niet één belangrijke stad, maar is het eerder versplinterd over gans België.

De Recyclart in Brussel heeft twee jaar geleden reeds vooraanstaande minimal artiesten een podium gegeven. Programmator Marc Jacobs vertelt was toen blij met een opkomst van tweehonderd man. Nu bereikt Recyclart met de ‘Static Dancing’ avonden -georganiseerd met minimal DJ/programmator Darko- steeds een publiek van 400 à 500 mensen.[4] Minimal DJ/ programmator Seba Lecompte organiseert samen met freelance journalist voor mnml.nl (het online forum voor minimal music) Benjamin Clement ‘Minor Move’ parties in de Gentse Decadance. Seba over Minor Moves: ‘Het minimal publiek is zeer open-minded, daarom leggen we in iedere editie de focus op een andere tak: de eerste editie minimal techno, de tweede editie minimal house en tijdens de derde editie staat minimal electro, met bijvoorbeeld DJ Yeti, centraal.’[5]
‘The underground’ organiseert minimal feestjes en heeft een steeds groter wordend publiek. Grote organisatoren als ‘I love techno’ en ’10 days off’ blijven dan ook niet achter. Op de laatste ‘I love techno’ in Gent was er een ‘minimal’ zaal met achter de draaitafels: Darko, Luciano, Ricardo Villalobos, Reinhard Voigt, Richie Hawtin en Michael Mayer. Alle bekende minimal dj’s op één avond bij elkaar. In de laatste editie van ’10 days off’ waren verschillende minimal dj’s/artiesten geprogrammeerd: Luciano, Ricardo Villalobos, Richie Hawtin, Mathew Herbert, Steve Bug met zijn Poker Flat label en het Keulse label Kompakt met het Superpitcher, The Modernist en Tobias Thomas. Eric Smout van ‘5voor12’ en ’10 Days off’ zegt dat ze de minimal scene reeds vanaf de jaren negentig een plaats geven in hun programmatie. Het is geen groot publiek en het zal ook niet meer fel groeien, maar het blijft nog wel een tijd dobberen in de schemerzone van de commerciële dancemuziek.’[6]

Vandaag geven dus zowel kleine clubs als grote festivals in België minimal music een plaats. Eclectisme in minimalisme, van house naar techno. Een zeer openminded publiek, dat luistert en danst op beats ‘for your brains and your feet’.

Ladda vzw, Mini-M, Tom Palmaerts, februari 2005

[1] SHERBURNE, P., The rules of reduction (excerpt). The Wire, juli 2001, blz.19.
[2] Id., Microhouse. The Wire, juli 2001, blz. 15.
[3] Mail met Philip Sherburne, Amerikaans muziekcriticus en dj, 11 februari 2005.
[4] Telefonisch gesprek met Marc Jacobs, programmator Recyclart, donderdag 17 februari 2005.
[5] Telefonisch gesprek met Seba Lecompte, dj en programmator, zaterdag 19 februari 2005.
[6] Telefonisch gesprek met Eric Smout, 5 voor 12, dinsdag 15 februari 2005.

  • Share/Bookmark

COMMENTAAR

[...] t where you expect to find it mnml expressie een artikel rond clickhouse is reeds in mei geblad nu een link naar een brok geschiedenis van minimalisme en dance ladda vzw en K [...]

Bladda » Blog Archive » mnml expressie schreef het volgende op 28.06.05

REAGEER / SCHRIJF COMMENTAAR
Commentaar wordt gemodereerd.

XHTML: U kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Return to Top

clickhouse

ARCHIEF